9. nov, 2018

Kankerzooi

Het is vrijdagmiddag en rustig in het ziekenhuis. Mensen tellen af tot het weekend en de poliklinieken lopen leeg. In de wachtkamer zitten alleen vrouwen. De mammapoli. Iedereen komt hier voor hetzelfde apparaat. Ik ook.

Terwijl ik zit te wachten op mijn beurt, kruist mijn blik die van een andere vrouw. Ik schat ongeveer mijn leeftijd. In haar ogen dezelfde angst die ongetwijfeld ook in de mijne te zien is. We vinden herkenning in elkaars blik.

 

Face your fears. De knobbel in mijn borst die ik een paar weken geleden ontdekte is overduidelijk aanwezig en nee, hij ging niet vanzelf weg. Niet alleen ik voel ‘m zitten, maar ook mijn Lief en de huisarts hoefde ook niet lang te zoeken. Vandaag krijg ik antwoord op de vraag: is het goed of slecht nieuws..? Again.

Ik zit hier iets te vaak met dezelfde vraag, schiet er door mijn hoofd heen. Zijn het geen knobbels in mijn hals, dan wel in mijn hoofd, buik en nu weer borst. Vandaag zit ik hier, aanstaande maandag zit ik een wachtkamer verder. In het oncologische hals spreekuur, voor een halfjaarlijkse controle echo van mijn hals.

 

De onzekerheid van het niet weten, voelt iedere keer als Russische roulette. Kwaadaardig of goedaardig. Kanker of niet. En eenmaal prijs, is onbezorgdheid voorgoed verleden tijd, weet ik helaas uit ervaring. Knobbels zijn niet meer gewoon knobbels, maar in potentie een herhaling van een hele hoop ellende.

Sneller dan me lief is, ben ik aan de beurt. Tranen springen in mijn ogen als mijn borst geplet wordt tussen 2 platen. Mijn smeekbede te stoppen met samenpersen, is tevergeefs. Dit apparaat kan alleen maar een man bedacht hebben. Die zou eens zijn klokkenspel aan dit apparaat moeten onderwerpen. Is het gelijk afgelopen met het hele ding. Mensonterend dit.

Na de tietenpletter, mag ik door voor een echo. Als er überhaupt nog iets over is van die knobbel. Lijkt me dat die uitgeperst is als een citroen. Maar als snel krijg ik het verlossende bericht. De knobbel is een cyste.  Ze kunnen hem met een naald leegzuigen, als ik wil...? No thanks. Ik wil naar huis!

 

Als ik het kleedhokje uitkom, zie ik de vrouw van mijn leeftijd zitten met een verpleegkundige ernaast. Zij mag nog niet weg, geen goed nieuws. Als ik langs haar loop, kruisen onze blikken elkaar opnieuw. We weten allebei hoe laat het voor haar is. En een schuldgevoel overvalt me. Ik ontspring deze dans en zij niet. Wat een kankerzooi is het toch.