12. apr, 2017

You never walk alone

Iedereen heeft goede en slechte dagen. Zo ik ook. Je hoopt altijd, dat je op de goede momenten weet te pieken. Bijvoorbeeld wanneer je aan de start van een marathon staat. Zoals afgelopen zondag. De NN Marathon van Rotterdam. Met 42,195 kilometer op het programma. Een rondje rennen, maar dan net iets verder.

 

Ik voelde het al tijdens de eerste kilometers. Kak, dit gaat moeizaam. Samen met mijn loopvriendin, kwam ik net van de Coolsingel af. Waar we samen met Lee en duizenden lopers, you never walk alone gezongen hadden. De stemming zat er goed in! Tot zover 1 groot feest. Na de start liepen we de Erasmusbrug over, voor en achter ons duizenden mensen. Een waanzinnige ervaring. Een kippenvel moment...

 

Rustig blijven, zeiden we tegen elkaar. We moeten gewoon even ons ritme vinden. Het komt wel, het komt wel. Om het juiste ritme te vinden, zetten we de metronoom aan, frequentie 180. Zoals we al vele trainingsuurtjes gedaan hadden.

Met de nodige opmerkingen om ons heen tot gevolg. 'Tik tak, tik tak, wie gaat er zo ontploffuh..? Meisies, is dat jullie pacemakert? Dames, zijn de hartjes op hol geslaguh?'. De grappen konden niet op.

 

Maar het kwam niet... Voor ons beiden niet. Door de warmte lag onze hartslag 15 slagen boven het normale ritme. En na 18 kilometer worstelen, werd het een groot mentaal gevecht. We zijn nog niet eens op de helft en het is nu al zo'n ellende, dacht ik. Wat doe ik hier? Het was warm, heel warm. Vochtverlies was moeilijk te compenseren en inmiddels zweetten we puur zout.

 

In een poging de grip terug te krijgen, namen we de opmerkingen van coach Willem in gedachten. 'Denk aan je voorbindpiemel', zei ik tegen mijn loopvriendin. Wat me een hele vreemde blik van een passant opleverde. Tja..

Mijn vriendin wist echter precies waar ik op doelde. De beeldende kwaliteiten van onze coach, haar niet onbekend. Om haar neiging om met holle rug te lopen te corrigeren, was zijn advies dat ze zich moest inbeelden met een voorbindpiemel een dame op het aanrecht te zetten. Iets waarbij ze zich als vrouw niet veel kon voorstellen, maar afijn. Mannen logica zullen we maar zeggen. De bedoeling ervan was in ieder geval duidelijk.

'Denk jij maar aan je schildpad', was haar reactie. Voor mij het signaal mijn hoofd weer recht boven mijn romp te positioneren. In plaats van mijn neiging mijn nek vooruit te steken en op die manier het gewicht van 8 kilo hoofd op mijn nek mee te torsen.

 

We worstelden verder. Kapot springende sportbeha's, loszittende veters en vieze Dixie's, trotserend. Mijn god, wat een barre tocht. Mijn benen deden pijn, heel veel pijn. Ik kwam steeds meer in een soort roes. Een staat van lijdzaam ondergaan, met nog soms een protest vanuit een van streek rakende maag. Maar ik bleef maar gewoon lopen.Dan kom je er vanzelf, was ons motto.

De laatste kilometers braken aan. Inmiddels het Kralingse bos uit, Crooswijk in. We liepen door een dichte haag van feestende studenten. Allen ons vooruit schreeuwend. 'Dat gaat lekkuh dames!!!!', riep er 1. Nou die zag de wereld duidelijk niet meer zo helder, gezien ons gestrompel.

 

En ik weet niet of het de warmte was, of de roes waar mijn lichaam van alle ellende op overgeschakeld was. Maar ik kreeg van top tot teen koude rillingen. Die laatste meters, gedragen door het publiek, familie en loved ones. Terwijl You never walk alone opnieuw door de luidsprekers klonk, kwamen we de finish over. Inmiddels verre van technisch correct, maar strompelend als schildpad en zonder voorbindpiemel. En kon ik alleen nog uitbrengen: dit doe ik nooit meer.