15. mei, 2016

Vluchten kan niet meer

Paniek maakt zich van me meester. Ik wil weg! Wegrennen voor deze ellende, weg van dit verdriet. Heel, heel erg ver weg. Desnoods naar de andere kant van de wereld, waar ik anders ook altijd troost en rust vind. Schreeuwen wil ik, al mijn onmacht eruit! Zodat de zware klomp die op mijn hart drukt wat lichter wordt. En ik een uiting vind voor mijn pijn.

Ik wil bewegen, maar het lukt me niet. En als ik om hulp wil roepen, komt er slechts gemurmel uit. Terwijl om mij heen de wereld verder gaat, sta ik letterlijk stil en moet ik lijdzaam ondergaan. Geen controle, geen regie. Hulpeloos, gevangen in mijn lichaam. Eenzaam en zo vreselijk alleen. Tot stilstand gebracht, terwijl mijn geest verder dendert.

Ik heb zo vreselijk veel haast! Ik wil nog zoveel dingen! Zoveel te beleven, zoveel te doen met dit lichaam. Het mag er nog niet de brui aan geven. Ik ben nog maar net begonnen met mijn bucket list. Heb alleen nog maar de Ventoux afgevinkt.

 

Ik weet niet waar ik het moet zoeken.... Zoveel rusteloosheid, zoveel onmacht, zo intens veel verdriet. Waarom nou toch..? Heb ik niet genoeg voor mijn kiezen gehad..? Waar is dit nu weer goed voor..? Ik had net alles weer een beetje op de rit na schildklierkanker te hebben gehad. Maar waar ik ook zal gaan in de wereld, ik zal vanaf nu altijd gevangen zijn. Gevangen in een lichaam dat niet meer kan. In een lijf dat dienst weigert. Alsof er iets niet klopt met de bedrading en ik de besturing kwijt ben. Benen, armen, ogen, spraak. Veel van waar ik mijn menselijkheid aan ontleen, wordt me ontnomen. Gereduceerd tot afhankelijkheid. Ontdaan van al mijn waardigheid.

 

Ik schrik wakker, bezweet. Het is midden in de nacht en ik lig in bed. In huis is het geluidloos, iedereen is in diepe rust. 'Godzijdank een nachtmerrie', schiet er door mijn hoofd. En ik wacht op het wegebben van het nare gevoel. Ik wacht op de geruststelling van realiteit. Terwijl ik mijn verkrampte lijf probeer te ontspannen. En mezelf troost en tot rust maan.

Maar het beeld blijft, evenals het zware gevoel rond mijn hart. De nachtmerrie verdwijnt niet. Het verdriet is er nog steeds. En dan komt het besef. Dit is realiteit en wordt mijn toekomst. Vluchten kan niet meer. Ik moet verder, waarheen dan ook. Ik moet verder, met de diagnose MS.