24. feb, 2016

Brutale meisjes uit Geleen

Ik ben te gast op haar kamer, in een verpleeghuis in Maastricht. En we zitten naast elkaar op haar bank. Het is mijn bedoeling, om haar vandaag kort te screenen. En op die manier een indruk te krijgen van haar cognitieve functioneren. Nodig om de dementieremmende medicatie die ze krijgt, te kunnen evalueren. Het betreft een dame op leeftijd, die al jaren op de afdeling woont.

 

Vorig jaar is haar echtgenoot overleden. Na een moeilijke periode, waarin ze hem maar bleef zoeken, omdat ze niet kon onthouden dat hij was gestorven en het verdriet haar iedere keer opnieuw overviel, lijkt het nu beter te gaan met haar. Maar ze is duidelijk er nog niet over uit, of ze me wel vertrouwt.

 

'Ik ben niet gek!', vertelt ze afwerend. En gelijk daarna giechelt ze als een klein meisje dat iets ondeugends zegt, met haar hand voor haar mond. Ondertussen schuift ze met haar billen onrustig over de bank. 'Ik ben niet van hier weet u. Ik kom van heel ver weg. Heeeelemaal uit Geleen.' Weer giebelt ze. 'Ik zal u een geheimpje vertellen', zegt ze fluisterend. 'Ik ben een heel brutaal meisje uit Geleen.... Dat zegt iedereen altijd tegen me.'

 

'Dan heb ik ook een geheimpje voor u', zeg ik haar 'Ik ben ook een brutaal meisje, ook van heeeel ver weg. Dus dan zijn we samen brutale meisjes!'. Ze giert het uit. Het ijs is gebroken. Ik heb een ingang in haar belevingswereld gevonden en kan zonder problemen het onderzoek afnemen.

 

Naarmate de tijd verstrijkt, wordt het moeilijker om haar aandacht vast te houden. Haar gedachten dwalen alle kanten uit. 'Mijn moeder zal me onderhand wel aan het zoeken zijn', zegt ze verontrust. Ik kijk haar aan in haar rimpelige gezicht. Waar een paar lange baardharen op haar kin net zo grijs zijn, als de grijze haren op haar hoofd. “Het is ook tijd om te gaan eten', zeg ik. 'Kom maar, ik breng u terug'.

 

Ze grijpt me stevig vast en gearmd lopen we terug naar de huiskamer. 'Ik weet niet waar ik moet zijn, ik ben hier nog maar 1 keer geweest, weet u', zegt ze. Maar zodra ik haar naar haar vaste plek begeleid, herkent ze haar plekje. En nog voordat ze zit, dwalen haar gedachten alweer af. Maak ik geen onderdeel meer uit van haar beleving. En is ze me vergeten, dat brutale meisje uit Geleen.