2. nov, 2015

Stil protest

Het is de dag van de MRI. En het is geen goede dag. Al dagen bouwen spanningen zich op, om vandaag te pieken. En heb ik voortdurend hoofdpijn. Emotioneel en verdrietig, huil ik meerdere tranen. Onzeker over de uitslag, bang voor het onderzoek dat komen gaat.

 

De medewerkers zijn aardig deze keer. Empathisch zelfs. Ze merken op dat ik het koud heb. En ik word toegedekt met een dekentje. Ontdaan van alle kleding en sieraden waar metaal in zou kunnen zitten, voel ik me naakt en kwetsbaar. Ik ril, van emotie en kou.

 

Met zijn tweeën maken ze me geroutineerd gereed voor de scan. Infuus prikken, hoofd fixeren, koptelefoon op tegen de enorme herrie die het apparaat maakt en een plastic kap over mijn gezicht. Ik onderga, geef me over. In een besef dat verzet zinloos is.  De kap wordt aan de tafel vastgeschroefd, aan beide zijden van mijn hoofd. Mijn autonomie tijdelijk plaatsgemaakt voor afhankelijkheid.

 

Ik krijg een noodknop in mijn handen, hetgeen de herinnering aan de keer dat ik hem daadwerkelijk nodig had, weer levendig maakt. Door de toediening van contrastvloeistof vreselijk misselijk, met mijn hoofd gefixeerd, in een lange smalle buis. Ik kon geen kant op en drukte op de noodknop. Maar het leek een eeuwigheid te duren voordat iemand me uit mijn benarde positie kwam bevrijden. Benauwde minuten, in een nog benauwendere buis.

 

 

Ik voel paniek toenemen, maar maan mezelf rustig te blijven. Concentreer me op mijn ademhaling. Adem in, adem uit. Maar terwijl ik in de buis word geschoven en alle beweging verstilt met het starten van de scan, maakt angst zich van me meester. En vormen de tranen die over mijn wangen rollen, de enige beweging. In een stil protest tegen mijn machteloosheid. In een stilzwijgend verzet, tegen de eenzaamheid van mijn lot.