23. jun, 2015

De angst van de nacht

We zijn op het strand en de boys zijn aan het spelen. Het is niet al te warm, maar net aangenaam genoeg. Mijn mannen zijn aan het scheppen en hebben plezier. De sfeer is ongedwongen en ontspannen.

 

Uit het niets ontstaat er ineens een groot gat met een diameter van 5 meter, waar al het zand in verdwijnt. Het lijkt wel een draaikolk! Ik zie het gebeuren, maar voordat ik kan reageren zie ik mijn jongens er ook in verdwijnen. In een fractie van een seconde, zijn ze weg....En even snel als dat het ontstond, sluit het gat zich. Mijn kinderen bedolven onder het zand. Een allesomvattende stilte, is wat rest....

 

Mijn hart lijkt stil te staan, net zoals de wereld met alles er in. In een ijzige kalmte nodig om te kunnen handelen, ren ik er naartoe. Snel calculerend hoeveel tijd ik heb, voordat ze stikken onder het zand. Mijn oudste zoon heb ik er snel uit. Hij ligt net onder de oppervlakte, een stukje stof van zijn shirtje net zichtbaar. Hij hoest en proest, maar is verder oké. De jongste, kan ik echter niet vinden.

 

Ik graaf en graaf met blote handen, gedurende minuten die een eeuwigheid lijken te duren. En eindelijk vind ik hem. Zijn levenloze lichaampje slap en onder het zand. Zo snel als ik kan, haal ik het zand uit zijn mondje. En probeer ik hem te beademen, zonder resultaat...

 

 

Drijfnat van het zweet schrik ik wakker. De angst, paniek en het intense verdriet van verlies, nog levensecht. Het duurt even voordat ik me realiseer, dat het een droom was. Een angstdroom, de zoveelste deze week. Eén van de gevolgen sinds het hebben van schildklierkanker. Ze komen wanneer ik niet helemaal goed 'ingesteld' ben, weet ik inmiddels. Op de één of andere manier ben ik ontregeld door de behandeling en/of het doormaken van een anafylactische shock 2 weken geleden. Met nachtmerries waarin ik mijn kinderen verlies, tot gevolg.

 

De bewustwording van de realiteit dringt langzaam tot me door, maar ik ben het gevoel van angst nog niet kwijt. Terwijl mijn ogen wennen aan de duisternis, zie ik waar ik me bevind. Ik lig in bed en mijn jongste zoon ligt naast me. Tussen ons ingekropen, zonder dat ik het gemerkt heb. De boef. Ik trek hem tegen me aan en houd hem stevig vast. Zijn lijfje slap, maar aan zijn zachte ademhaling hoor ik dat hij slaapt. Overdag zo'n stoere vent, maar nu zo kwetsbaar en klein. Zachtjes streel ik hem over zijn haar en wangetjes. Een traan valt op hem neer. Het is er één van opluchting. En ik koester het moment, terwijl de uren van de nacht langzaam verder tikken. Wachtend op de ochtend en een nieuwe dag.