Blog

4. mrt, 2015

Afgelopen nacht werd ik wakker en constateerde, dat mijn jongste zoon bij ons in bed gekropen was. Hij had zich lekker tegen me aan geschurkt, zijn voetjes op mijn been. En een handje op mijn borst, precies zoals hij het fijn vindt. Ik streelde hem over zijn zachte wangetjes en snoof zijn geurtje op. Mijn knuffelbeertje….

 

Volgende week wordt hij alweer 6. Ik heb de eerste jaren zoveel van hem gemist. Een periode, die ik tot mijn grote spijt nooit meer in kan halen.

Ik voel mijn verdriet opwellen en laat het toe. Het is nacht en stil in huis, mijn mannen liggen allemaal te slapen. De tranen stromen over mijn wangen en ik huil een stil verdriet.

 

Hij was nog maar een baby, sliep nog niet eens door, toen ik de diagnose kanker kreeg. In de periode daarna, was ik zo ziek, dat alles me teveel was. Ook mijn kinderen. Van douchen en aankleden, moest ik al uren bijkomen. Laat staan dat ik de zorg voor een baby en een drukke peuter kon handelen. Ik was amper sterk genoeg om mijn jongste zoon de trap op te tillen. Weinig belastbaar, moe en prikkelbaar.

 

Voor manlief ging het werkende leven echter gewoon door, ook de tripjes in de weekenden. Het thuis kunnen blijven bij een zieke partner, houdt immers snel op. Op die momenten, voelde ik me met de rug tegen de muur staan. En werd tijd gereduceerd tot het aftellen van de minuten waarop de verlossing kwam: het thuiskomen van mijn man.

 

Uiteraard bood familie aan te helpen. Maar ook hun aanwezigheid, was me in die dagen teveel. Zouden ze naar mij toe komen, voelde ik de behoefte tot zorgen en converseren. En dat kon ik niet opbrengen. Tot 180 km naar mijn ouders toe rijden, was ik niet in staat. Maar ook het aanbod om me op te halen, sloeg ik af. Het was me allemaal too much, wilde in mijn eigen omgeving zijn. Overleven, de dagen doorkomen, voor meer had ik geen ruimte.

 

Het heeft 4 jaar geduurd, voordat ik niet meer als een berg opzag tegen de woensdag. Speelafspraakjes hield ik af, want ik was al blij als ik de dag met mijn eigen kinderen vol kon houden. En nog steeds is het me allemaal snel teveel. Heb ik op dinsdag een drukke dag gehad, dan betaal ik daar op woensdag een prijs voor.

 

Ik heb mijn kinderen tekort gedaan. En de eerste kostbare jaren van het leven van mijn zoon, zijn aan grotendeels aan me voorbij gegaan. Ik heb nooit meer de moeder kunnen zijn, die ik graag had willen zijn. Energiek, alles kan, niks teveel.

 

6 Jaar geleden…… Hij hoort het verhaal zo graag. Zeker in de aanloop naar zijn verjaardag. Ik denk zelf ook terug, aan zorgeloze tijden. Streel hem nog eens en snuif zijn geurtje weer op. 6 Jaar geleden…..was ik nu nog in blijde verwachting. Ik huil, mijn stil verdriet.

 

 

27. feb, 2015

Afgelopen woensdag stond ik buiten voor de sportschool te wachten, totdat de deur open werd gemaakt. Ik was te vroeg, hij gaat pas om 9.00 open. En ik stond even uit te hijgen, van de ratrace die ik al achter de rug had. Opstaan, kids in de kleren krijgen. ‘Ja je moet een schone onderbroek aan. Niet jokken, ik zie hem nog liggen waar ik ‘m neergelegd had. Trek maar weer uit die broek’. En: ‘nee schat, je kunt niet je 300 stokken meenemen naar school. Nee, ook niet je Kapla toren, noch je keyboard, gitaar en nee ook niet het schilderijtje wat mama voor je geboorte cadeau heeft gekregen..’ Iedere dag is het weer opnieuw een uitdaging om de heren te mobiliseren.

 

Vanuit de badkamer, waar ik mezelf toonbaar moet zien te krijgen (wat overigens best een uitdaging is als je 40 bent),  hoor ik iedere dag opnieuw de oorlogsgeluiden van mijn boys die de strijd met elkaar aangaan. Waardoor mijn rust weg is en ik zo snel mogelijk het hoogst noodzakelijke probeer te doen om voor de dag te kunnen komen. Zucht. Zie er dan nog maar eens fruitig uit te zien.

 

Anyway, kids op school, moeders gaat sporten. Waar ik inmiddels niet meer alleen sta te wachten voor de deur. Een oudere heer staat inmiddels naast me. ‘Studeert u nog?’ Hoor ik hem zeggen. Ik kijk achter me of er iemand staat, want hij kan het toch niet tegen mij hebben…? Really. You have to be kidding me! Maar er staat niemand anders, dus moet ik wel degene zijn waartegen hij het heeft. Vertwijfeld probeer ik in te schatten of hij nu serieus is, of een grapje maakt.

 

’Nou, dat is toch inmiddels al een heeeele tijd geleden’, antwoord ik. (20 Jaar zelfs, dacht ik erbij. Those were the days…) ‘U heeft nog zo’n jong gezicht’. Nou ja zeg, zit hij me nu te fokken, of wat is dit? Een jong gezicht..? Volgens mij is het toch duidelijk aan mijn gezicht af te lezen, dat ik in ieder geval de jaren 20-nog wat, achter me heb liggen.  Laat staan 2 zwangerschappen, 2 bevallingen, honderden gebroken nachten en alle tekorten die mijn lichaam heeft moeten doorstaan ten tijde van kanker. En dan heb ik het nog niet over de enorme hoeveelheid radioactief materiaal die in mijn lichaam gepompt is, een dosis waar je een stad mee had kunnen verlichten. Tssss

 

Ik begin me wat ongemakkelijk te voelen. En mijn gedachten gaan terug naar mijn jeugd in de  Zeeuwse provincie. Waar ik mijn dagen sleet op het hockeyveld en op vrijdagmiddag tezamen met mijn teamgenootjes naar het cafe La Strada ging. Om al nippend aan een sapje, naar de jongens te gluren die ik leuk vond. Op de achtergrond wel te verstaan, als muurbloem. Want dat ze me opmerkten, was al te hoog gegrepen. Ik lag niet al te best in de markt, was niet gezegend met spetterende looks of een snelle babbel. Was zelfs een periode brildragend EN droeg een hoortoestel. (thank the Lord voor de uitvinding van de contactlenzen!) En mijn intense onzekerheid, wekte al helemaal geen interesse.

 

Zelfs voor docenten was ik opvulling van hun klaslokaal, een nobody. Mijn biologieleraar op het atheneum, merkte me pas op tijdens het mondelinge tentamen in finale. Toen pas kreeg hij door, dat ik zijn liefde voor negatieve feedbackloops, osmose, diffusie, de wonderen van de genetica en het menselijk lichaam, deelde. Naast een vreemde voorliefde voor het onthouden van weetjes, zoals waarom bananen krom zijn bijvoorbeeld. Ik heb hem nog nooit zo enthousiast gezien! Ik kreeg het hoogste punt ooit en was sindsdien zijn lievelingetje. Jammer dat het aan het einde van de rit van 6 atheneum was. Maar dat geheel terzijde.

 

Het moge duidelijk zijn dat mijn jeugd een schaarse vriendjesgeschiedenis kent. En toen ik eindelijk een vriendje kreeg, had ik binnen no time de ziekte van Pfeiffer. De arme jongen is 1 keer op bezoek geweest, maar ik lag verlept met een leverontsteking op de bank. En dat was niet bevorderlijk voor zijn verliefdheid, zullen we maar zeggen. Daarna ben ik lange tijd verliefd geweest op een jongen van de hockeyclub. Met Valentijnsdag had ik eindelijk het lef hem een kaart te sturen met een hint, een hockeystickje. Maar hij dacht dat het van een ander meisje kwam en kreeg daar toen verkering mee….Ik heb jarenlang hun liefde moeten aanschouwen. Het is de eerste en de laatste keer geweest dat ik een Valentijnskaart gestuurd heb.

 

Gelukkig braken er betere tijden aan toen ik ging studeren. Liep tijdens de introductieweek al tegen een jongen aan, waar ik 5 jaar een relatie mee heb gehad. Maar goed, met flirten daardoor dus niet veel ervaring. Inmiddels vind ik het jammer dat ik in mijn studententijd niet meer genoten heb van al dat leuks om me heen. Mijn bril was vervangen door contactlenzen, het hoortoestel de prullenbak in, had inmiddels lange haren en had een strak afgetraind lijf van het roeien. Het waren geen slechte tijden.. Maar goed, dat soort conclusies trek je altijd achteraf.

 

In mijn beleving kreeg ik geen aandacht van het andere geslacht, heb het in ieder geval nooit herkend. En moet op mijn 40e constateren, dat ik er zo weinig ervaring mee heb, dat ik het niet herken, als er met me geflirt wordt. Ik ben niet gezegend met een flirtradar. Zo ook nu dit twijfelgeval met deze oudere heer, die zijn dagen slijt met vergaderingen voor de Zonnebloem. Heb ik weer;)

 

Er arriveren eindelijk ook andere mensen bij de sportschool. De ‘Zonnebloem’ heeft inmiddels zijn pijlen op een andere dame gericht. Kreeg te weinig sjoege zeker;) Ik zie aan haar dat ze er ook geen zin in heeft. De deur gaat open en ik snel naar binnen, tijd om geheel conform mijn leeftijd, te gaan zwoegen om de tand des tijds te verslaan. Flirtradar of niet, voor flirten met 65 plus voel ik me in ieder geval nog veel te jong!

 

23. feb, 2015

Afgelopen weekend struinde ik door de stad met een missie. Ik was op zoek naar nieuwe kleren. Ik heb een kast die uitpuilt met leuke jurkjes, rokjes, jasjes, vestjes en ga zo maar door, maar het meeste is me inmiddels te groot. Waardoor ik iedere ochtend opnieuw niet weet wat ik aan moet trekken.

De weegschaal zegt me dat ik veel ben afgevallen, mijn te ruime kleding ook. Mijn eens zo strakke renbroek, zakt zelfs van mijn kont af tijdens het rennen. Mijn wielerbroekjes moet ik tijdens de spinningles regelmatig omhoog trekken. Maar ik voel me helemaal niet dunner! In mijn hoofd zijn mijn vormen onveranderd.

 

Dit komt doordat mijn lichaamsschema zich nog niet heeft aangepast aan mijn in rap tempo afgenomen lichaamsvormen. Het lichaamsschema is het spontane besef over grootte, houding, stand en onderlinge verhoudingen van het lichaam als één geheel (bron definitie: Wikipedia). Het zetelt in de pariëtaal kwab van je hersenen. Het is door dit besef van je eigen vormen, waardoor je bijvoorbeeld door een nauwe doorgang kan lopen zonder iets te raken.

Tijdens de ontwikkeling van een kind, ontwikkelt dit lichaamsschema met de jaren mee. Het wordt met het toenemen van de jaren, steeds waarheidsgetrouwer. Iedereen kent wel de tekeningen van kinderen waarbij de verhoudingen niet kloppen. Naarmate ze ouder worden, krijgen de poppetjes steeds reëlere verhoudingen. Dat heeft alles te maken met het lichaamsschema.

Bij mensen waarbij een ledemaat geamputeerd is, duurt het een hele tijd voordat dit lichaamsschema is aangepast. Zo komt het regelmatig voor dat iemand 'vergeet' een been te missen en uit bed stapt.

Ook bij Anorexia Nervosa patiënten, spelt een verstoord lichaamsschema een grote rol. Hoe mager ze ook zijn, als ze een verbeelding moeten geven van de perceptie van hun eigen tailleomtrek, dan staat deze ver van de realiteit. Behandeling is onder andere gericht op het aanleren van een realistischer zelfbeeld.

 

 

Afijn. Mijn lichaamsschema is dus nog niet aangepast. Waardoor ik in de stad steevast de verkeerde maat uit de rekken trok. Maar daar pas in het pashokje achter kwam natuurlijk. Op het moment dat ik in mijn lingerie stond. Waardoor ik me weer helemaal aan kon kleden, om een andere maat uit het rek te gaan halen. En daarna weer achter aan in de rij voor de pashokjes aan te sluiten. GGGRRR.

Daar had ik snel genoeg van. En ging ik uiteindelijk toch maar naar de winkel die ik tot dat punt met vereende krachten probeerde te vermijden. Juist omdat ik er steevast veel te veel geld uit geef. Sorry schat, heb mijn uiterste best gedaan..;)

De verkoopster herkent me inmiddels en kijkt direct een stuk vrolijker zodra ik de drempel over stap. Volgens manlief omdat ze de kassa al hoort rinkelen als ze me ziet. Volgens hem heb ik geen gat in mijn hand, maar helemaal geen hand. Ik denk persoonlijk dat dit best meevalt. En dit is een noodgeval, toch..?

Ik kom graag in deze winkel, omdat ik de verkoopster alleen maar hoef te zeggen welke uitstraling ik wil hebben en zij suggesties doet die bij dat doel aansluiten. En ook in het inschatten van mijn maat, is ze beter dan ik.

Ik had in 10 minuten, de hele zoektocht daarvoor kunnen besparen. Want na mijn: ‘Help ik moet nieuwe kleren, maar weet niet meer in welke maat’. Zei ze resoluut: ‘ je bent een 36.’ Waarna ze wat dingen uit de rekken trok, om me te laten passen.

Op haar advies stond ik binnen no time naar mezelf te kijken in een jumpsuit. Van diepdonkerblauwe soepele stof. Mouwloos, met een diepe hals. Geschikt voor bijna alle gelegenheden. Op sjiek, met een pump. Naar het werk, met een laarsje en jasje. Casual met een slippertje….

 

Dat moet manlief toch kunnen waarderen! 1 Kledingstuk, geschikt voor zoveel doeleinden tegelijk!!! Oke, van de prijs moest ik even slikken. Maar gezien het multifunctionele karakter, volledig te rechtvaardigen. Justification of your purchase, noemt manlief dat. Ben ik heel goed in volgens hem. Tja, iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten. Rekenen is niet de mijne. En daarbij, dankzij de creditcard, het probleem van volgende maand! Opgetogen keerde ik huiswaarts, met een volledig gejustificeerde aankoop...

 

19. feb, 2015

In de Linda van deze maand staat een artikel over een nieuwe hype, squirten. Na de vallei-orgasmes, G-spots, tepel-orgasmes en A-spots, is er het spuitend klaarkomen van een vrouw. De vrouwelijke ejaculatie. Zeldzaam, slechts 5% van de vrouwen is er lichamelijk toe in staat. En dan alleen wanneer de opwinding heel groot is en alle remmen los gaan. En voor de mannen die het voor elkaar krijgen, een top of the world gevoel dat ze het kunnen bewerkstelligen. Typisch;) Ooit een nat bed gehad na seks, zonder andere duidelijke oorzaak..? (En nee, plassen is tijdens opwinding niet mogelijk door zwelling en daardoor een dichtgedrukte plasbuis) Dan is de kans groot dat het je overkomen is. Good for you! Want daarna kun je volgens het artikel eindeloos doorgaan en is het genot eindeloos.

 

Vol verwondering lees ik het artikel. Terwijl ik met de kids in de binnenspeeltuin ben. Vreemde omgeving om hierover te lezen overigens, evenals over Patty Brard, die een darmspoeling vergelijkt met een orgasme. Getver! De gedachte alleen al. Het moet niet gekker worden. Ik begin toch echt oud te worden geloof ik. Ietwat gegeneerd kijk ik om me heen. Naar de andere ouders, die overwegend verveeld om zich heen zitten te kijken.

 

’s Avonds heb ik afgesproken met een vriendin naar de verfilming van ‘Fifty shades of Grey’ te gaan. Voor de enkeling die ontkent de boeken gelezen te hebben: een pornografisch verhaal over een verknipte jonge knappe miljardair (Christian Grey), die niet in staat is om relaties met emotionele intimiteit aan te gaan. Maar ‘onderdanigen’ zoekt; terwijl hij zelf ‘de dominante’ is. Hij laat zijn dames een ‘contract’ tekenen, met specificatie over ‘harde’ en ‘zachte’ grenzen en neemt ze mee naar zijn ‘rode speelkamer’, waar hij ‘straft’ en ‘beloont’. Met bondage, aan kettingen ophangend, met but-plugs, gesels, tepelklemmen, zwepen....de lijst is eindeloos. Aan het ‘bedrijven van de liefde’ doet hij niet, aan ‘neuken’ wel. En dat niet met mate.

Juist.  Ben benieuwd hoe de puriteinse Amerikanen, dit verhaal verfilmd hebben…

 

Met een drankje en popcorn, settelen we ons in de zaal. Die overigens overwegend gevuld is met vrouwen. Met uitzondering van een enkele, ongemakkelijk uitziende man. Die vast mee moesten met hun vriendin. (In de hoop iets op te steken of zo..?) Laat maar komen die film!

Dat viel tegen. ‘Pfff’ hoor ik mijn vriendin zeggen, ‘ik vind hem helemaal niet knap’. Ze heeft gelijk. Voor iemand die de geloofwaardig moet laten lijken, dat hij rijk, succesvol en vooral dominant is, heeft de acteur in kwestie verrekte weinig charisma. De actrice die de vrouwelijke hoofdrol speelt, evenmin. ‘Ze is dan wel dunner dan ik (lees: een plint, zoals manlief zou zeggen), maar ze is helemaal niet sexy’, is het commentaar van mijn vriendin. En van chemie tussen de acteurs, is al helemaal geen sprake. Hetgeen het geheel, nog ongeloofwaardiger maakt.

Nou ja. Verder kijken maar. Seks scene 1, seks scene 2,3 en 4. Het is wel erg veel van het goede. Gaap, gaap. ‘Ffff volhouden nog Maart!’, hoor ik naast me. Standje X, standje Y, zwiep, zwiep en de actrice wordt omgeturnd en achterlangs genomen. Hard, tot haar grote genot. Althans, dat wil ze ons laten geloven. 

Mijn vriendin stikt inmiddels bijna in haar popcorn van het lachen. Meer dan een vluchtige blik op schaamhaar en de borsten van de actrice, krijgen we overigens niet te zien. Het blijft netjes en binnen de grenzen. Zelfs niet als ze aan handen en voeten gekneveld, aan het plafond omhoog getakeld wordt. In een zeer ongemakkelijke positie. Waar ze met een zweep ervan langs krijgt. En dat wordt zelfs de hoofdrolspeelster teveel. ‘Im fifty shades of fucked up’, zegt Grey. (Joh, echt…?;)) Ze gaat er vandoor en de film is afgelopen. ‘Niet waar!!! Dit kun je niet menen!!’, roept mijn vriendin. ‘Wat een slecht einde!!!’.

 

Maar het is de harde waarheid. Waarna ik opgelucht huiswaarts keer. Naar de buma-wijk met carporten, talloze kinderen, midlife-crises en hondenpoep. Dan maar iets minder spannend, ook minder ‘fucked up’ zullen we maar zeggen. En een stuk realistischer bovendien. 

 

 

18. feb, 2015

Het is woensdagochtend 7.15 als ik de deur uitloop. Het is nog donker, maar als ik vandaag wil hardlopen, dan moet het voordat manlief naar zijn werk gaat. Mijn schatjes hebben vakantie en zijn nog te jong om alleen thuis te blijven. En ook al waren ze wel oud genoeg, de kans dat ze elkaar bij thuiskomst afgeslacht hebben, is te groot. Boys will be boys, zullen we maar zeggen;)

 

De temperatuur ligt rond het vriespunt, wat ik lekker vind. De straat is nog in diepe rust, overal is het nog donker. Ik rek braaf mijn kuit- en bovenbeenspieren. Iets wat ik sinds de laatste blessure niet meer verzuim. Mist hangt als een dikke deken over de stad. Stretchen, oortjes in, armreflectoren om, muziek aan, runkeeper inschakelen… Het is een ritueel en biedt voorspelbaarheid, houvast en rust in mijn hoofd.

 

Ik adem de koude ochtendlucht diep in en probeer  the state of mind te bereiken die ik het liefst heb tijdens dit kleine uurtje me-time. Probeer mijn zintuigen op scherp te zetten en intens de sensatie van de koude lucht op mijn gezicht te voelen. Bewustwording, rust, focus, ‘zijn’...

 

Moeizaam kom ik in beweging. De emoties van de afgelopen tijd hebben hun weerslag op  mijn lichaam. Sinds het ziek zijn, is mijn lichaam een kwetsbaar evenwicht. Nooit meer belastbaar zoals voorheen, snel vermoeid.  Zich vooral uitende in pijnlijke en stijve spieren.

 

Eerste versnelling, tweede versnelling. Pfff, het gaat moeizaam vandaag. Ik moet hard werken om vooruit te komen, het gaat alles behalve vanzelf. De eerste 2 kilometers zijn een struggle. Ik probeer de kadans te vinden, waarin het vanzelf gaat en ik mijn gedachten kan laten afdwalen onder de klanken van mijn favoriete muziek. De keren dat me dat lukt, zijn het lekkerst. En zo verslavend dat ik de 80% van de keren dat het me niet lukt, op de koop toe neem.

 

Ik verlaat de stad en loop de velden in. De ochtend zet traag in en de mist zorgt voor een bijna serene sfeer. Surrealistisch bijna, zeker door de rust van een omgeving die nog moet ontwaken, nu de laatste Carnavalsliederen net verstild zijn. 

 

Ik ben bijna op de helft van de geplande 6,5 km, maar heb nog steeds niet het ritme gevonden wat ik zoek. Dat biedt weinig hoop voor de rest, leert de ervaring. Na 4 kilometer is er weinig meer over van technisch goed en ‘licht’ lopen. Het is een survival geworden en kom alleen op wilskracht nog vooruit. Mijn 57kg, voelen aan als 100. Ik vertik toe te geven, 5 kilometer is echt mijn minimum. Ik heb al zoveel naar beneden bijgesteld, liep eerst met gemak 10 kilometer. Dat is ook de reden dat ik trouw drie keer per week blijf sporten. Degeneratie van mijn, met bloed, zweet en tranen opgebouwde conditie,  loert op me als een roofdier op zijn prooi.

 

Ik geef mezelf mentaal een schop onder mijn kont en worstel verder. Weiger om mijn getergde lichaam het te laten winnen van mijn geest. Probeer mezelf te dissociëren van mijn lichaam en aan iets anders te denken. En denk na over de drijfveren in mijn leven, de redenen waarom ik altijd ben blijven vechten om er weer bovenop te komen ten tijde van ziekte. Mijn eens zo sterke levenslust, wilskracht en passie om maximaal te genieten van wat het leven me te bieden heeft.

 

Denk verder na over de recente opmerkingen van collega’s. Dat mijn 'sparkle' gedoofd lijkt en dat men zich afvraagt waar mijn gebruikelijke passie en enthousiasme zijn gebleven. Ik voel me beroofd van een stukje van mijn zijn. Door degenen die me eerst zo aan het hart gingen.  Maar ik concludeer dat ik het ook heb laten gebeuren. Mensen dichtbij laten, jezelf geven, kwetsbaar zijn, toelaten. Het betekent kans op grote pieken, maar houdt ook het risico in op diepe dalen. Is het me dat waard..? Moet ik niet voortaan mensen op afstand houden..? Niet meer toelaten. Wat win ik daarmee, wat verlies ik…? Het voelt als een balans die ik opmaak. Plus en min, voor en tegen, winst versus verlies.

 

Plotsklaps ben ik me bewust van het feit dat ik de straat weer in loop. Het is een stuk lichter, de mist letterlijk en figuurlijk een stukje opgeklaard. De dag kan beginnen, ik ben er klaar voor...