27. feb, 2015

Flirtradar

Afgelopen woensdag stond ik buiten voor de sportschool te wachten, totdat de deur open werd gemaakt. Ik was te vroeg, hij gaat pas om 9.00 open. En ik stond even uit te hijgen, van de ratrace die ik al achter de rug had. Opstaan, kids in de kleren krijgen. ‘Ja je moet een schone onderbroek aan. Niet jokken, ik zie hem nog liggen waar ik ‘m neergelegd had. Trek maar weer uit die broek’. En: ‘nee schat, je kunt niet je 300 stokken meenemen naar school. Nee, ook niet je Kapla toren, noch je keyboard, gitaar en nee ook niet het schilderijtje wat mama voor je geboorte cadeau heeft gekregen..’ Iedere dag is het weer opnieuw een uitdaging om de heren te mobiliseren.

 

Vanuit de badkamer, waar ik mezelf toonbaar moet zien te krijgen (wat overigens best een uitdaging is als je 40 bent),  hoor ik iedere dag opnieuw de oorlogsgeluiden van mijn boys die de strijd met elkaar aangaan. Waardoor mijn rust weg is en ik zo snel mogelijk het hoogst noodzakelijke probeer te doen om voor de dag te kunnen komen. Zucht. Zie er dan nog maar eens fruitig uit te zien.

 

Anyway, kids op school, moeders gaat sporten. Waar ik inmiddels niet meer alleen sta te wachten voor de deur. Een oudere heer staat inmiddels naast me. ‘Studeert u nog?’ Hoor ik hem zeggen. Ik kijk achter me of er iemand staat, want hij kan het toch niet tegen mij hebben…? Really. You have to be kidding me! Maar er staat niemand anders, dus moet ik wel degene zijn waartegen hij het heeft. Vertwijfeld probeer ik in te schatten of hij nu serieus is, of een grapje maakt.

 

’Nou, dat is toch inmiddels al een heeeele tijd geleden’, antwoord ik. (20 Jaar zelfs, dacht ik erbij. Those were the days…) ‘U heeft nog zo’n jong gezicht’. Nou ja zeg, zit hij me nu te fokken, of wat is dit? Een jong gezicht..? Volgens mij is het toch duidelijk aan mijn gezicht af te lezen, dat ik in ieder geval de jaren 20-nog wat, achter me heb liggen.  Laat staan 2 zwangerschappen, 2 bevallingen, honderden gebroken nachten en alle tekorten die mijn lichaam heeft moeten doorstaan ten tijde van kanker. En dan heb ik het nog niet over de enorme hoeveelheid radioactief materiaal die in mijn lichaam gepompt is, een dosis waar je een stad mee had kunnen verlichten. Tssss

 

Ik begin me wat ongemakkelijk te voelen. En mijn gedachten gaan terug naar mijn jeugd in de  Zeeuwse provincie. Waar ik mijn dagen sleet op het hockeyveld en op vrijdagmiddag tezamen met mijn teamgenootjes naar het cafe La Strada ging. Om al nippend aan een sapje, naar de jongens te gluren die ik leuk vond. Op de achtergrond wel te verstaan, als muurbloem. Want dat ze me opmerkten, was al te hoog gegrepen. Ik lag niet al te best in de markt, was niet gezegend met spetterende looks of een snelle babbel. Was zelfs een periode brildragend EN droeg een hoortoestel. (thank the Lord voor de uitvinding van de contactlenzen!) En mijn intense onzekerheid, wekte al helemaal geen interesse.

 

Zelfs voor docenten was ik opvulling van hun klaslokaal, een nobody. Mijn biologieleraar op het atheneum, merkte me pas op tijdens het mondelinge tentamen in finale. Toen pas kreeg hij door, dat ik zijn liefde voor negatieve feedbackloops, osmose, diffusie, de wonderen van de genetica en het menselijk lichaam, deelde. Naast een vreemde voorliefde voor het onthouden van weetjes, zoals waarom bananen krom zijn bijvoorbeeld. Ik heb hem nog nooit zo enthousiast gezien! Ik kreeg het hoogste punt ooit en was sindsdien zijn lievelingetje. Jammer dat het aan het einde van de rit van 6 atheneum was. Maar dat geheel terzijde.

 

Het moge duidelijk zijn dat mijn jeugd een schaarse vriendjesgeschiedenis kent. En toen ik eindelijk een vriendje kreeg, had ik binnen no time de ziekte van Pfeiffer. De arme jongen is 1 keer op bezoek geweest, maar ik lag verlept met een leverontsteking op de bank. En dat was niet bevorderlijk voor zijn verliefdheid, zullen we maar zeggen. Daarna ben ik lange tijd verliefd geweest op een jongen van de hockeyclub. Met Valentijnsdag had ik eindelijk het lef hem een kaart te sturen met een hint, een hockeystickje. Maar hij dacht dat het van een ander meisje kwam en kreeg daar toen verkering mee….Ik heb jarenlang hun liefde moeten aanschouwen. Het is de eerste en de laatste keer geweest dat ik een Valentijnskaart gestuurd heb.

 

Gelukkig braken er betere tijden aan toen ik ging studeren. Liep tijdens de introductieweek al tegen een jongen aan, waar ik 5 jaar een relatie mee heb gehad. Maar goed, met flirten daardoor dus niet veel ervaring. Inmiddels vind ik het jammer dat ik in mijn studententijd niet meer genoten heb van al dat leuks om me heen. Mijn bril was vervangen door contactlenzen, het hoortoestel de prullenbak in, had inmiddels lange haren en had een strak afgetraind lijf van het roeien. Het waren geen slechte tijden.. Maar goed, dat soort conclusies trek je altijd achteraf.

 

In mijn beleving kreeg ik geen aandacht van het andere geslacht, heb het in ieder geval nooit herkend. En moet op mijn 40e constateren, dat ik er zo weinig ervaring mee heb, dat ik het niet herken, als er met me geflirt wordt. Ik ben niet gezegend met een flirtradar. Zo ook nu dit twijfelgeval met deze oudere heer, die zijn dagen slijt met vergaderingen voor de Zonnebloem. Heb ik weer;)

 

Er arriveren eindelijk ook andere mensen bij de sportschool. De ‘Zonnebloem’ heeft inmiddels zijn pijlen op een andere dame gericht. Kreeg te weinig sjoege zeker;) Ik zie aan haar dat ze er ook geen zin in heeft. De deur gaat open en ik snel naar binnen, tijd om geheel conform mijn leeftijd, te gaan zwoegen om de tand des tijds te verslaan. Flirtradar of niet, voor flirten met 65 plus voel ik me in ieder geval nog veel te jong!