18. feb, 2015

De state of mind van het rennen

Het is woensdagochtend 7.15 als ik de deur uitloop. Het is nog donker, maar als ik vandaag wil hardlopen, dan moet het voordat manlief naar zijn werk gaat. Mijn schatjes hebben vakantie en zijn nog te jong om alleen thuis te blijven. En ook al waren ze wel oud genoeg, de kans dat ze elkaar bij thuiskomst afgeslacht hebben, is te groot. Boys will be boys, zullen we maar zeggen;)

 

De temperatuur ligt rond het vriespunt, wat ik lekker vind. De straat is nog in diepe rust, overal is het nog donker. Ik rek braaf mijn kuit- en bovenbeenspieren. Iets wat ik sinds de laatste blessure niet meer verzuim. Mist hangt als een dikke deken over de stad. Stretchen, oortjes in, armreflectoren om, muziek aan, runkeeper inschakelen… Het is een ritueel en biedt voorspelbaarheid, houvast en rust in mijn hoofd.

 

Ik adem de koude ochtendlucht diep in en probeer  the state of mind te bereiken die ik het liefst heb tijdens dit kleine uurtje me-time. Probeer mijn zintuigen op scherp te zetten en intens de sensatie van de koude lucht op mijn gezicht te voelen. Bewustwording, rust, focus, ‘zijn’...

 

Moeizaam kom ik in beweging. De emoties van de afgelopen tijd hebben hun weerslag op  mijn lichaam. Sinds het ziek zijn, is mijn lichaam een kwetsbaar evenwicht. Nooit meer belastbaar zoals voorheen, snel vermoeid.  Zich vooral uitende in pijnlijke en stijve spieren.

 

Eerste versnelling, tweede versnelling. Pfff, het gaat moeizaam vandaag. Ik moet hard werken om vooruit te komen, het gaat alles behalve vanzelf. De eerste 2 kilometers zijn een struggle. Ik probeer de kadans te vinden, waarin het vanzelf gaat en ik mijn gedachten kan laten afdwalen onder de klanken van mijn favoriete muziek. De keren dat me dat lukt, zijn het lekkerst. En zo verslavend dat ik de 80% van de keren dat het me niet lukt, op de koop toe neem.

 

Ik verlaat de stad en loop de velden in. De ochtend zet traag in en de mist zorgt voor een bijna serene sfeer. Surrealistisch bijna, zeker door de rust van een omgeving die nog moet ontwaken, nu de laatste Carnavalsliederen net verstild zijn. 

 

Ik ben bijna op de helft van de geplande 6,5 km, maar heb nog steeds niet het ritme gevonden wat ik zoek. Dat biedt weinig hoop voor de rest, leert de ervaring. Na 4 kilometer is er weinig meer over van technisch goed en ‘licht’ lopen. Het is een survival geworden en kom alleen op wilskracht nog vooruit. Mijn 57kg, voelen aan als 100. Ik vertik toe te geven, 5 kilometer is echt mijn minimum. Ik heb al zoveel naar beneden bijgesteld, liep eerst met gemak 10 kilometer. Dat is ook de reden dat ik trouw drie keer per week blijf sporten. Degeneratie van mijn, met bloed, zweet en tranen opgebouwde conditie,  loert op me als een roofdier op zijn prooi.

 

Ik geef mezelf mentaal een schop onder mijn kont en worstel verder. Weiger om mijn getergde lichaam het te laten winnen van mijn geest. Probeer mezelf te dissociëren van mijn lichaam en aan iets anders te denken. En denk na over de drijfveren in mijn leven, de redenen waarom ik altijd ben blijven vechten om er weer bovenop te komen ten tijde van ziekte. Mijn eens zo sterke levenslust, wilskracht en passie om maximaal te genieten van wat het leven me te bieden heeft.

 

Denk verder na over de recente opmerkingen van collega’s. Dat mijn 'sparkle' gedoofd lijkt en dat men zich afvraagt waar mijn gebruikelijke passie en enthousiasme zijn gebleven. Ik voel me beroofd van een stukje van mijn zijn. Door degenen die me eerst zo aan het hart gingen.  Maar ik concludeer dat ik het ook heb laten gebeuren. Mensen dichtbij laten, jezelf geven, kwetsbaar zijn, toelaten. Het betekent kans op grote pieken, maar houdt ook het risico in op diepe dalen. Is het me dat waard..? Moet ik niet voortaan mensen op afstand houden..? Niet meer toelaten. Wat win ik daarmee, wat verlies ik…? Het voelt als een balans die ik opmaak. Plus en min, voor en tegen, winst versus verlies.

 

Plotsklaps ben ik me bewust van het feit dat ik de straat weer in loop. Het is een stuk lichter, de mist letterlijk en figuurlijk een stukje opgeklaard. De dag kan beginnen, ik ben er klaar voor...