27. jan, 2015

Knobbel

Daar zit ik weer. In een wachtkamer, dinsdagochtend 8.00. Niet wetende wat me te wachten staat. Ik vond gisterenavond per toeval een knobbel in mijn oksel. Met een slapeloze nacht tot gevolg. En alhoewel ik mezelf rustig probeer te houden. Let's face it, hoeveel pech heb je als dit je 2 keer overkomt..? Ben ik er niet gerust op. Ineens vind ik het spontaan kwijtraken van 11kg in 9 maanden wat minder grappig.

Dus hier zit ik nu, in de wachtkamer van de huisarts. De minuten aan het aftellen. Ik probeer de gedachten over scenario's die afgelopen nacht de revue passeerden 'cognitief uit te dagen' en om te buigen tot meer realistische gedachten. Dit is nu eenmaal ook een gevolg van het overleven van kanker. Ieder dingetje wat je hebt, wordt met de grootste voorzichtigheid bekeken, want 'gezien uw voorgeschiedenis...' En artsen zijn niet de enige, de onbezorgdheid en het hebben van een grenzeloos vertrouwen in de kracht van je eigen lichaam, is voltooid verleden tijd.

 

In de wachtkamer denk ik aan het gesprek wat ik voerde met mijn jongste zoon de avond ervoor. Tijdens het avondritueel, out of the blue, vroeg hij: 'Mama, wat gebeurt er eigenlijk met je als je dood bent..? Word je dan een sterretje zoals Renzo zegt?' Tja..hoe ga ik mijn filosofisch ingestelde 5 jarige zoon (heeft ie van mij..;) hierop antwoord geven..?

Ik probeer hem uit te leggen dat iedereen hier anders over denkt. 'Maar hoe is het dan echt..?' Ik antwoord dat dat juist geloof is, iedereen heeft een andere overtuiging. Sommige mensen geloven in de hemel, anderen in dat je een sterretje wordt. Ik benadruk dat hij mag geloven wat hij wil. Daar denkt hij over na.

 

Net als ik denk dat ik -off the hook- ben, zegt hij:' mama, ga jij al snel dood..?' SLIK. Ik denk aan de net ontdekte knobbel.. En maak razendsnel een afweging tussen het verschil tussen eerlijkheid, angstdromen en worse, het risico van jarenlange psychotherapie. Ik kies voor gedoseerde eerlijkheid. En leg uit dat niemand weet wanneer hij dood gaat. Je kan heel oud worden, of morgen onder een auto lopen omdat je overgestoken bent zonder te kijken. (Gelijk een lesje aan verbonden. Pedagogisch verantwoord toch..?) Dat antwoord vindt hij maar vervelend, want hij weet liever waar hij aan toe is. (Tja schat, ook die behoefte aan controle heb je van mij..;)

'Wat gebeurt er dan met je als je dood bent..?' Pfff, hij laat me er niet gemakkelijk mee weg komen..

 

'Mevrouw Linzell'. Mijn huisarts roept me. Ik ken haar nog uit mijn studententijd, zie haar nog voor me in haar dispuutskleren in de kroeg staan. Een dispuut waarvan ik naar een kennismakingsborrel geweest ben. Maar moest concluderen dat we geen match waren.

We zijn leeftijdsgenoten, allebei net 40 en allebei moeder van twee jongens in dezelfde leeftijd. Ik ken haar bij voornaam, zij mij ook. Maar ze verkiest enige distantie. En ik begrijp het wel. Dit moet ook voor haar dichtbij komen.

Ze is even vriendelijk als altijd en stelt voor direct lichamelijk onderzoek te doen. De bult heeft ze gelijk gevonden. Een opgezette lymfeklier constateert ze. 'Je bent wel veel afgevallen, niet..?' Ik beaam het. Het blijkt 15,7% van lichaamsgewicht te zijn. En dat baart haar toch zorgen. Zeker omdat ik er een bourgondische levensstijl op na houd (Mijn leverwaarden waren flink verhoogd net na het vieren van mijn 40e verjaardag. Denk dat die 2 flessen wijn die ik die avond gedronken heb, niet bevorderlijk zijn geweest .. En dat heb ik toen maar bekend, want ze wilde me alweer doorsturen. Want 'gezien je voorgeschiedenis...')

 

Ze stelt voor door te verwijzen naar de internist, want ze wil toch weten waar de lymfeklier op reageert en waar het gewichtsverlies vandaan komt. Met het verzoek me op korte termijn te zien.

Daar gaan we weer.. Uitdagen die gedachten maar weer.... Wordt vervolgd.